Autistisch communiceren

De NT-er (Neuro-Typical, persoon zonder autisme) is een hulpverlener met interesse in autisme en in mij. Mijn interesse is communicatie. Ik wil graag begrijpen wat NT-ers verstaan onder ‘autistisch communiceren’, want dat moet dan iets zijn wat ik zelf doe. En ik wil graag weten hoe anderen (NT-ers) uitleg geven aan wat ik doe, vooral als ik er zelf een andere uitleg aan geven.

NT-er: ‘Hoe gaat het met je?’

Ik: ‘Gaat wel’.

NT-er: ‘Ja maar, je lacht’.

Ik: ‘Dat hoeft niet te zijn dat ik me ook zo voel’. 

Enige tijd later belandden deze NT-hulpverlener en ik dus in een analyse van dit gesprek. Ik zou dit voorval al lang weer vergeten zijn, maar voor hem was het een leermoment geweest die in zijn geheugen was blijven hangen en dan wil ik natuurlijk weten waarom.

Na jarenlange ervaring met NT-ers weet ik dat de meest voor de hand liggende verklaring, die ik er zelf aan zou geven, zoals hier het leermoment ‘er bestaat een verschil bij mensen met autisme tussen hoe ze zeggen dat ze zich voelen en wat er aan hen te zien is, qua gedrag, gezichtsuitdrukking, non-verbale signalen’ bij NT-ers niet hoeft te kloppen. Zeker bij NT-ers die met autisten werken niet. Zij hebben een andere beleving dan ik. Het is altijd goed om te proberen te achterhalen wat er in hun hoofd omgaat.

Voor de hulpverlener was het leermoment geweest, om in te zien hoe letterlijk mensen met autismetaal nemen. Het antwoord op een vraag, hangt ervan af hoe iemand de vraag hoe het. En dat wordt bepaald door hoe je een vraag stelt, door de informatie die je geeft in je vraag.

Ik interpreteerde deze uitleg als: ‘Ik had dus niet ‘gaat wel’ moeten zeggen.’ Van mij werd het standaardantwoord ‘goed ‘verwacht. Dus begon ik me te verantwoorden. Dat ik niet doe aan standaardantwoorden. Dat ik een hekel heb aan het clichématige riedeltje: ‘Hoe gaat het?’  ‘Goed’. Als je het antwoord niet wilt weten, moet je de vraag niet stellen.

Maar nee, opnieuw fout (lees: anders) geïnterpreteerd. Voor de NT-er ging het met name over hoe hij informatie opneemt. Het ging toch echt om de letterlijkheid. Dat hij in het contact met autisten moet opletten op wat hij zegt. Zo worden grapjes bijvoorbeeld door sommige mensen met autisme letterlijk genomen, met als gevolg dat ze erin trappen, wat geen reden is om vervolgens deze grapjes niet meer te maken. (Ik zou het sneu vinden en voortaan mijn mond houden).

Hoe langer we over dit voorval praatten, hoe meer we erin verstrikt raakten. Als er iets misgaat in de communicatie, ligt dat aan onszelf. Dan denk ik ‘Ik heb me niet goed uitgedrukt’, maar dat denkt die ander ook. Allebei proberen we via zelfreflectie tot begrip voor de ander te komen. Met vooral gedachtenkronkels tot gevolg, en meestal ben je dan juist verder van huis. Wij dus ook. We besloten dat we er niet uitkwamen.

Back to basic!

 

Karin van den Bosch

De auteur heeft de stoornis van Asperger

Deze column is gepubliceerd in Engagement met Autisme, oktober 2004, nr. 5, p. 17.