Op 10 en 11 november j.l. werd het Europees Gehandicaptenparlement gehouden. Dit parlement is een bijeenkomst van 200 vertegenwoordigers van organisaties van mensen met een handicap en/of hun ouders, afkomstig uit 28 landen. GroenLinks in de Europese Unie organiseerde voor een aantal mensen met een handicap, veelal actief binnen de GroenLinks werkgroep Gehandicapten en Chronisch Zieken of binnen een andere belangenorganisatie, een bezoek aan dit parlement. Karin van den Bosch was daarbij en doet hieronder verslag van dit bezoek.

Het jaar 2003 is het Europees Jaar van personen met een handicap. Tot de doelstellingen van dit jaar horen onder andere de bewustmaking van het recht van personen met een handicap op bescherming tegen discriminatie, en bewustmaking van de publieke opinie ten opzichte van de rechten van de meer dan 50 miljoen Europeanen met een handicap.  Het Europees Jaar van personen met een handicap wordt ondersteund door het Europees Parlement.

Op 10 en 11 november j.l. werd in dit kader het Europees Gehandicaptenparlement gehouden. Dit parlement is een bijeenkomst van 200 vertegenwoordigers van organisaties van mensen met een handicap en/of hun ouders, afkomstig uit 28 landen. GroenLinks in de Europese Unie organiseerde voor een aantal mensen met een handicap, veelal actief binnen de GroenLinks werkgroep Gehandicapten en Chronisch Zieken of binnen een andere belangenorganisatie, een bezoek aan dit parlement.

De achtergrond

Het was de tweede keer dat het gehandicaptenparlement gehouden werd. In 1993 werd het eerste Europees Gehandicaptenparlement gehouden. In dat jaar namen de Verenigde Naties de ‘standaardregels inzake gelijke kansen voor personen met een handicap’ aan. In 2000 werd een Europese richtlijn aangenomen die iedere vorm van directe en indirecte discriminatie van gehandicapten op het werk verbied. In Nederland is deze richtlijn de basis geworden van de Wet Gelijke Behandeling van gehandicapten en chronisch zieken, die eind 2003 in werking treedt. En in 2002 werd de Verklaring van Madrid aangenomen. In deze verklaring wordt de visie verwoordt van o.a. het Europees Gehandicaptenforum en de Europese Commissie. Het Europees Gehandicaptenforum is een overkoepelende organisatie van Europese en nationale gehandicaptenorganisaties. In deze verklaring wordt gestreefd naar een maatschappij waarin mensen met een handicap of chronische ziekte volledig geïntegreerd zijn.

 De Verklaring van Madrid

Een paar punten uit de verklaring van Madrid:

  • Functiebeperking is een thema in het kader van de mensenrechten. Mensen met een handicap hebben dezelfde mensenrechten als alle andere burgers.
  • Mensen met een handicap willen gelijke rechten, geen liefdadigheid
  • Mensen met een handicap zijn (vaak) onzichtbare burgers
  • Non-discriminatie + positieve actie = sociale integratie
  • Geen besluit over mensen met een handicap zonder hun inbreng

Om dit te bereiken is onder meer goede en volledige non-discriminatiewetgeving nodig op alle met handicap of chronische ziekte verband houdende gebieden.

De Europese richtlijn Gelijke Behandeling op het gebied van arbeid en beroep

De Europese richtlijn regelt vooralsnog alleen de gelijke behandeling voor gehandicapten en chronisch zieken op het gebied van beroep en beroepsopleidingen en openbaar vervoer. Vanuit verschillende hoeken, zoals vanuit het Europees Gehandicaptenparlement en het European Disability Forum werd de reikwijdte van de richtlijn bekritiseerd, omdat ze beperkt is tot het beleidsterrein ‘werkgelegenheid’. Dit betekent dat ze niet van toepassing is op onder meer stelsels voor sociale zekerheid of uitkeringen van welke aard dan ook. De Europese richtlijn bevat geen definitie van ‘handicap’, waardoor het soms onduidelijk is wie hiervan kan profiteren.  Ook wordt voorgesteld meer nadruk op de behoeften van kinderen en jongeren met een handicap te leggen. Het Europees Gehandicaptenforum oefent druk uit op de politieke besluitvorming om binnen een paar jaar een richtlijn betreffende non-discriminatie voor te stellen die verder gaat dan werkgelegenheid.

De sprekers

Tijdens het gehandicaptenparlement grepen een groot aantal vertegenwoordigers van gehandicaptenorganisaties de gelegenheid aan om hun standpunten naar voren te brengen.

Donata Pagetti Vivanti, de voorzitter van Autism Europe, stelde dat niet alle gehandicapten in staat zijn zichzelf te vertegenwoordigen. Kinderen met autisme en hun ouders krijgen onvoldoende steun, bijv. voor het kunnen volgen van onderwijs, omdat dat teveel zou kosten. Daarnaast hebben veel mensen met een handicap last van een stigma. Het heersende beeld is dat een autist niks doet voor zichzelf of voor anderen, niks toevoegt en eigenlijk alleen maar tot last is. De voorzitter pleit voor het recht op passend onderwijs en rehabilitatie. Het is van belang dat de ernst van de handicap erkend wordt. Volgens de voorzitter van Autism Europe worden op dit moment gezinnen met een autistisch kind gemarginaliseerd. Dit terwijl zowel de kinderen maar ook hun gezinnen recht hebben op een waardig leven en verbetering van hun kwaliteit van leven.

Albert van der Zeijden van de Nederlandse nationale gehandicaptenraad pleitte voor een goede implementatie van de nieuwe wetgeving. Dan pas krijgen wetten betekenis. Het is nodig mensen te helpen op te komen voor hun rechten. Dhr. van der Zeijden wees op de ‘agenda 22’-methode, een Zweeds instrument met handreikingen voor implementatie. Deze methode geeft mensen met een beperking een instrument om hun kwaliteit van leven te verbeteren op lokaal niveau.

De overige sprekers waren afkomstig uit andere landen. Ze vestigden de aandacht onder meer op de (slechte) positie en rechten van gehandicapten in de nieuw toetredende lidstaten, zoals Hongarije en Roemenië. Relatief veel sprekers benadrukten de aandacht voor de rechten van mensen met een onzichtbare handicap. Veel handicaps worden niet (h)erkend, ook niet door andere mensen met een handicap. Bij het verbeteren van toegankelijkheid ligt vaak de focus op mensen met fysieke handicaps, blinden en doven. De rest is ‘excluded among the excluded’. Er is ook inclusie en toegankelijkheid nodig voor mensen met complexe noden, waarbij de omgeving niet altijd het grootste probleem is. Iemand anders benadrukte dat jonge mensen met een handicap de toekomst zijn voor de diverse gehandicaptenorganisaties. Alle sprekers stelden dat de huidige non-discriminatie richtlijn uitgebreid moet worden. Het gaat over empowerment en emancipatie, niet alleen over anti-discriminatie.

Onder het motto van het gehandicaptenparlement ‘nothing about us without us’ wordt de behoefte aan inclusie en totale integratie, ook bij het maken van beleid zelf, nog eens benadrukt.

 
Deze bijdrage had ik ingezonden voor de Engagement van november-december 2003, maar is niet gepubliceerd.